Het juiste aantal zonnepanelen bereken je door je jaarlijkse stroomverbruik te delen door de opbrengst per paneel en vervolgens te controleren of je dak voldoende ruimte biedt. Een gemiddeld huishouden gebruikt 2.500 kWh per jaar. Met een paneel dat 340 tot 400 kWh oplevert, kom je uit op zes tot acht panelen. Hieronder lees je stap voor stap hoe je dit zelf doet met je eigen verbruik en dakgegevens.
Stap 1: Meet je jaarlijkse stroomverbruik
Begin met het vaststellen van je totale jaarverbruik. Je vindt dit op de jaarafrekening van je energieleverancier of via de slimme meter. Een gemiddeld huishouden gebruikt ongeveer 2.500 kWh per jaar, maar dit verschilt per huishoudgrootte. Een eenpersoonshuishouden zit rond 1.600 kWh, terwijl een gezin met twee kinderen vaak 4.300 kWh verbruikt.
Het is belangrijk om recente jaren te vergelijken, omdat gedrag en apparaten veranderen. Kijk ook of je al energiebesparende maatregelen hebt genomen, zoals ledlampen of een zuinige wasmachine. Zo voorkom je dat je te veel panelen installeert.
Bekijk hier hoe je je verbruik per huishoudgrootte kunt inschatten. Rekenvoorbeeld: bij 2.500 kWh verbruik en een paneelopbrengst van 370 kWh heb je 2.500 ÷ 370 = 6,8 panelen nodig, dus rond je af naar zeven panelen.
Stap 2: Bereken de opbrengst per zonnepaneel
Een modern paneel van 400 tot 450 Wp levert in Nederland gemiddeld 340 tot 400 kWh per jaar bij een goede ligging op het zuiden. De exacte opbrengst hangt af van hellingshoek, schaduw en oriëntatie. Noordgerichte daken leveren minder op, terwijl oost-west combinaties een bredere spreiding over de dag geven.
Gebruik de richtprijs van 0,26 euro per kWh om de waarde van die opbrengst te berekenen. Zeven panelen met 370 kWh per stuk leveren 2.590 kWh op. Dat komt neer op een waarde van ongeveer 673 euro per jaar tegen de richtprijs, voordat eventuele terugleverkosten in mindering komen.
Let op dat de werkelijke opbrengst per jaar kan schommelen door weersomstandigheden. Een bewolkte zomer levert minder dan een zonnige periode. Daarom is het verstandig om uit te gaan van een gemiddelde opbrengst over meerdere jaren.
Stap 3: Pas het aantal aan op je dakoppervlak
Niet alleen je verbruik bepaalt het aantal panelen; je dak moet ook voldoende ruimte bieden. Een standaardpaneel meet ongeveer 1,7 bij 1,0 meter. Op een plat dak houd je rekening met tussenruimte voor schaduw en onderhoud. Op een schuin dak kun je panelen dichter naast elkaar plaatsen.
Meet de beschikbare dakvlakken op en trek delen af die in de schaduw liggen of waar een schoorsteen of dakraam staat. Een klein dak kan betekenen dat je niet alle benodigde panelen kwijt kunt en dus een deel van je verbruik blijft afnemen van het net.
Rekenvoorbeeld: je hebt 25 m² vrij dakoppervlak. Met 1,7 m² per paneel passen er maximaal veertien panelen. Bij een verbruik van 2.500 kWh heb je echter maar zeven panelen nodig, dus past het ruim binnen je dak.
Stap 4: Rekening houden met de salderingsregeling tot 2027
Tot en met 31 december 2026 mag je 100 procent salderen. Dat betekent dat elke teruggeleverde kWh direct wordt weggestreept tegen je verbruik. Hierdoor is het rendabel om precies of iets meer panelen te plaatsen dan je verbruikt.
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer. Je krijgt dan alleen een terugleververgoeding per kWh van je leverancier. Dat maakt het belangrijker om je opwekking beter af te stemmen op je eigen verbruik, bijvoorbeeld door een warmtepomp of elektrische boiler toe te voegen.
Rekenvoorbeeld: met zeven panelen en 2.500 kWh verbruik lever je in een zonnig jaar 90 kWh extra terug. Tot 2027 wordt dat volledig gesaldeerd. Na 2027 ontvang je alleen de terugleververgoeding, die lager ligt dan de volledige stroomprijs inclusief energiebelasting.
Stap 5: Invloed van terugleverkosten en dynamische contracten
Sommige leveranciers rekenen al terugleverkosten, vaak 1 tot 3 cent per teruggeleverde kWh of een vast jaarbedrag. Na 2027 zullen vrijwel alle leveranciers dit doen. Dit maakt overdimensionering minder aantrekkelijk.
Een dynamisch energiecontract kan hier een voordeel bieden. Teruglevering wordt dan vergoed tegen de actuele marktprijs per uur, die soms negatief kan zijn. Verbruik tijdens goedkope of negatieve uren wordt juist voordelig.
Rekenvoorbeeld: bij 300 kWh teruglevering tegen 0,03 euro per kWh kosten betaal je 9 euro extra per jaar. Dit bedrag groeit na 2027 en moet je meenemen in je berekening van het optimale aantal panelen.
Stap 6: Vergelijking van verbruiksscenario’s
De keuze voor het aantal panelen verschilt per huishouden. Een eenpersoonshuishouden met 1.600 kWh heeft vaak vijf panelen nodig, terwijl een gezin met 4.300 kWh uitkomt op elf tot twaalf panelen. De terugverdientijd ligt grofweg tussen vijf en negen jaar, afhankelijk van de salderingsregeling en eventuele terugleverkosten.
Het is verstandig om ook toekomstige veranderingen mee te nemen, zoals de aanschaf van een elektrische auto of een warmtepomp. Deze verhogen het verbruik en kunnen een groter systeem rechtvaardigen.
Lees hier hoe de stroomprijs is opgebouwd en hoe dat invloed heeft op je terugverdientijd.
Stap 7: Veelgemaakte fouten bij het berekenen
Een veelgemaakte fout is alleen kijken naar het huidige verbruik zonder rekening te houden met toekomstige apparaten. Een andere fout is het negeren van schaduw of dakoriëntatie, waardoor de werkelijke opbrengst lager uitvalt dan berekend.
Sommige mensen plaatsen te veel panelen in de hoop op maximale saldering, maar na 2027 levert dat minder voordeel op. Anderen vergeten dat de 0 procent btw-regeling alleen geldt voor de aankoop en installatie, niet voor onderhoud of omvormers.
Rekenvoorbeeld: je berekent zes panelen op basis van 2.200 kWh verbruik, maar vergeet dat een nieuwe warmtepomp 1.500 kWh extra vraagt. Na installatie heb je alsnog te weinig panelen en moet je alsnog stroom afnemen.
Stap 8: Voor wie is een berekening op maat extra belangrijk
Huishoudens met een klein dak of veel schaduw hebben baat bij een nauwkeurige berekening, omdat er weinig marge is. Ook mensen die overwegen een thuisbatterij aan te schaffen, moeten hun verbruikspatroon goed in kaart brengen om te bepalen of opslag rendabel is.
Voor huishoudens die al een dynamisch contract hebben of overwegen, is het nuttig om te rekenen met uurtarieven. Zo zie je of extra panelen vooral in dure of juist goedkope uren produceren.
Bekijk hier hoe je je verbruik in de keuken kunt verlagen voordat je het aantal panelen definitief bepaalt.
| Post | Detail | Bedrag/effect |
|---|---|---|
| Energiebelasting stroom | Per kWh, incl. 21% btw | EUR 0,1108 |
| Vaste vermindering energiebelasting | Per jaar per aansluiting | EUR 628,96 |
| Richtprijs all-in | Gemiddeld CBS 2026 | EUR 0,26 per kWh |
* Toelichting: de tabel toont de vaste onderdelen van de stroomprijs die je gebruikt bij berekeningen. De werkelijke all-in prijs verschilt per leverancier en contract.
Veelgestelde vragen
Hoeveel panelen heb ik nodig bij 3.000 kWh verbruik?
Met een gemiddelde opbrengst van 370 kWh per paneel heb je ongeveer acht panelen nodig. Na 2027 wordt het interessanter om iets minder panelen te plaatsen en meer zelf te gebruiken.
Wat gebeurt er met mijn teruglevering na 2027?
Je mag niet meer volledig salderen. Je ontvangt alleen een terugleververgoeding van je leverancier, vaak lager dan de volledige stroomprijs. Terugleverkosten worden bij de meeste leveranciers standaard.
Is een dynamisch contract gunstig bij zonnepanelen?
Ja, omdat je kunt verbruiken op momenten met lage of negatieve prijzen en teruglevert tegen de actuele marktprijs. Dit vraagt wel om een slimme meter en inzicht in je verbruikspatroon.
Moet ik rekening houden met een thuisbatterij?
Een thuisbatterij wordt interessanter na 2027 omdat je meer zelf opgewekte stroom zelf kunt gebruiken. Er is geen landelijke subsidie, maar soms wel een provinciale regeling.
Bronnen & tarief: cijfers o.b.v. Rijksoverheid, Milieu Centraal, CBS, Nibud, RVO en Belastingdienst. Kosten berekend met een richtprijs van EUR 0,26 per kWh en EUR 1,42 per m3 (gemiddeld all-in, CBS 2026); werkelijke prijzen verschillen per contract, leverancier en moment.